Historisch besef en sensatiemanagement

Toen ik geschiedenis studeerde heb ik voor het eerst kennis gemaakt met de zogenaamde historische sensatie; het gevoel dat je soms krijgt wanneer je in aanraking komt met oud materiaal. Alsof je ineens in contact staat met iemand die eeuwen geleden iets met datzelfde materiaal aan het doen was als waarmee jij nu in je handen staat.

Vreemd genoeg heeft het tot in de laatste jaren van mijn studie geduurd voor ik dat gevoel écht kreeg, althans, voor ik me realiseerde dat ik dat gevoel had. Sterker nog, ik kreeg het pas echt toen ik voor het eerst archiefonderzoek ging doen. Voor een werkcollege over de 15e en 16e eeuwse memorieboeken van de Leidse Gasthuizen bracht ik de nodige tijd door in de studiezaal van het toenmalige Gemeentearchief Leiden. In die memorieboeken waren de zogenaamde memories opgetekend. Je zou ze kunnen beschrijven als missen op bestelling. Ten behoeve van het eigen zieleheil, of dat van een dierbare, werden met geestelijke instellingen afspraken gemaakt over het periodiek opdragen van allerlei soorten heilige missen. Daarbij werd aangetekend in welke kerken en op welke altaren deze missen zouden moeten plaatsvinden, hoeveel priesters er aanwezig zouden moeten zijn, of er ook wijn moest worden uitgedeeld enzovoort.

Het was voor mij de eerste keer dat ik echt mocht werken met oude archiefstukken. Het waren perkamenten bladen, in een katern of band gebonden, met een perkamenten omslag. De mensen die een beetje van oud schrift afweten, zullen zich realiseren dat dit een prachtige ingang is voor een beginner. Hollandse teksten uit die periode zijn over het algemeen redelijk gemakkelijk leesbaar. Niet alle handen in ‘mijn’ bron waren even regelmatig, maar met de lessen paleografie die ik achter de rug had, ging het prima.

Nu ik erover zit te schrijven, krijg ik weer dat gevoel dat hoort bij mooi oud perkament. Zachte, soepele bladen, gevuld met regelmatige regels en geschreven in een tijd die al erg, érg lang achter me ligt. En dat is nu precies waar het me hier om gaat. Het is namelijk een raar gevoel. Een soort opwinding, alsof je een ontdekking gedaan hebt die je het liefst met de hele wereld zou willen delen. KIJK toch eens, wat ik hier heb! Een tekst over een vrouw die haar hele hebben en houden aan de kerk opdraagt en daarvoor als tegenprestatie de toezegging krijgt dat diezelfde kerk tot in de eeuwigheid elke zoveelste zondag na feestdag zus en zo een mis opdraagt voor het zieleheil van haar overleden man. Met de kennis van alles wat er de laatste vijfhonderd jaar gebeurd is (met de Reformatie voor dit specifieke geval als meest wrange gebeurtenis), en het inlevingsvermogen van iemand met een rijke fantasie, komt er dan ineens heel veel tot leven.

Ik moet altijd denken aan de vingers van E.T. en zijn vriendje Elliott, die elkaar vanuit twee verschillende werelden aanraakten. Maar waar komt dat gevoel vandaag? Of anders, waarom word ik er zo blij van? Ik heb werkelijk geen idee.

Wat ik me wel realiseer is dat het hebben van een historische sensatie pas mogelijk wordt, als je enig historisch besef hebt. Leef je alleen bij de dag van vandaag en die van morgen (een veel gehoorde kreet is: ik kijk liever vooruit dan achterom) en realiseer je je niet dat de dag van vandaag gevormd is door die van gisteren en vorige week, dan is de kans klein dat je door zoiets overvallen wordt. Er is ook wel enige kennis vereist om van een oud ding, een historisch stuk met een verhaal te maken.  Kijk maar naar dit zwaard. Het simpele, enigszins kinderlijke model suggereert niet dat het een echt zwaard is en al helemaal niet dat Johan van Oldenbarnevelt in 1619 ermee werd onthoofd. Wie was Van Oldenbarnevelt dan? En is het belangrijk om dat te weten?

Ik heb gemerkt dat het werken met oude archiefstukken mijn eigen relativeringsvermogen enorm heeft vergroot. Als je iets leert van oude stukken, is het wel dat er in de wereld eigenlijk heel erg weinig verandert. De mensen doen en laten nog steeds in grote lijnen wat ze duizend jaar geleden ook deden en lieten. OK, er is wel het een en ander veranderd, en ik heb het dus even niet over de technologische vooruitgang of de enorm toegenomen welvaart, het gaat om hoe mensen zich gedragen.

Daarom denk ik dat het belangrijk is dat we blijven werken aan het aankweken van historisch besef bij een zo groot mogelijk deel van de bevolking. Door educatieve programma’s, die niet alleen gericht zijn op jongeren, maar op iedereen. Ambitieus? Nee hoor, gewoon hard nodig! Er zouden meer mensen moeten leren om de waan van de dag te relativeren. Geweld op straat? Nabuurschap of burenruzies? De jeugd van tegenwoordig? Ik zou zeggen, leer oud schrift lezen en verbaas je over hoe de tijden niet veranderd zijn. En mocht dat teveel gedoe zijn, pak er eens een oude krant van honderd jaar geleden bij (die is gewoon gedrukt ;-))

Wel leuk om te ontdekken dat er meer mensen met dit thema bezig zijn geweest. De een wetenschappelijk, de ander meer populair. Twee aanraders zijn:

23 Archiefdingen: do ut des in plaats van quid pro quo

Doordat de cursus 23 Archiefdingen begon toen ik ‘net’ in het Zeeuws Archief begonnen was, zal ik de Dingen nog wel een hele tijd met die eerste hektische periode associëren. Dat is niet in de laatste plaats omdat het een onverwachte en ook ongewone manier was om mijn nieuwe collega’s via hun weblogs een beetje beter te leren kennen.

Op de een of andere manier dachten mijn collega’s tijdens de cursus dat ik het allemaal wel wist omdat ik langzamerhand een actieve tweep geworden ben, maar dat was dus echt niet het geval. In veel gevallen was het een kwestie van de klok en de klepel.

Natuurlijk ‘wist’ ik wat Flickr en wiki voor verschijnselen waren. Net als dat ik ‘échte’ mening had over Netvibes en ervan overtuigd was dat RSS wel niks voor mij zou zijn.

Gelukkig ‘moest’ ik van mijn werkgever deelnemen aan de cursus en kan ik nu weer eens volmondig beamen dat je nooit uitgeleerd bent ;-). Wat ik vooral enorm heb leren waarderen waren WikiFootnoteFlickr en RSS.

Ik hoop dat we het enthousiasme waarmee veel mensen de cursus hebben gevolgd kunnen vasthouden en dat de mensen die om welke reden dan ook nu niet hebben meegedaan, in de tweede groep alsnog aanhaken. De sfeer van openheid, delen en durven is niet alleen voor mij persoonlijk erg belangrijk!

En voor mezelf? Hoe nu verder met die Dingen? Ik hoop dat ik dit blog kan volhouden. Ik heb gemerkt dat ik schrijven leuk vind, al heb ik wel een aanleiding nodig. Af en toe een Ding zou zo’n aanleiding kunnen zijn.

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 10 Comments »

Ding 11: Nog wikiwiki even over de wiki!

En ik maar denken dat ik er bijna was, blijk ik vergeten te zijn om te schrijven over wat ik goed en minder geschikt vind aan wiki’s. zucht. Morgen is de deadline, en ik ben vastbesloten m’n felbegeerde diploma te halen, dus daar gaan mijn tanden weer. HAP!

Wiki’s zijn zeer geschikt voor iedereen die kennis probeert te vergaren en zich heeft gerealiseerd dat vergaren soms beter gaat als je begint met te delen wat je zelf al hebt.

Wiki’s horen voor mij thuis in het rijtje dingen achter de klok en de klepel. Al sinds jaar en dag werd er bij ons thuis over wiki’s gesproken en altijd dacht ik dat ik wel wist waarover het ging. En altijd had ik het dus min of meer mis. En dat krijg je als je denkt dat je weet waar het over gaat, je neemt niet de moeite om je er echt in te verdiepen en het dan wordt dus ook nooit duidelijk hoe leuk iets eigenlijk wel is. Dankzij de 23 archiefdingen is deze mist in elk geval opgeklaard :-)!
Over een antwoord op de vraag wat ik nou minder geschikt zou vinden voor een wiki, moet ik nog even nadenken. Verder dan de voor de hand liggende open deuren en -doelen kom ik even niet.

Ik vind wiki overigens een heerlijk woord. Nog leuker dan kiwi trouwens, maar een kiwi is juist weer een ontzettend leuk beest. Omdat ik vind dat meer mensen dit mogen weten, heb ik hier een klein filmpje geplakt dat dit illustreert. Enjoy!

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 2 Comments »

Ding 22: Archief2.0 En hóp met de beentjes!

Alle blogposts van de afgelopen periode teruglezend, denk ik dat het wel duidelijk is hoe ik denk over archief2.0. Warm voorstander van het uitproberen van nieuwe methoden en technieken als ik ben, was het ontstaan van de Archief2.0 community voor mij een echte verademing.

Toen ik voor het eerst het Manifest van de Archivaris las, had ik het gevoel dat er allerlei ramen en deuren open gingen en er een frisse wind begon te waaien. Ik was direct verkocht en begon het Manifest bij mijn collega’s aan de man te brengen. Daarnaast probeerde ik het manifest in de praktijk te brengen wat zich vooral uitte in het proberen minder krampachtig met allerlei zaken om te springen.

Vaak komt het erop neer dat je je kwetsbaar moet opstellen. Wil je iets? Probeer het gewoon! Helaas is dat echter wel heel gemakkelijk gezegd en minder gemakkelijk gedaan. Maar al te vaak moet je oppassen als je je kop boven het maaiveld uitsteekt om te zien hoe het landschap er in de verte uitziet. Voor je het weet word je immers afgeserveerd als je je zaakjes niet perfect in orde hebt gebracht voor je naar buiten trad. Angst is niet alleen een slechte raadgever maar werkt ook verlammend. En verlamming blokkeert alle creativiteit, de durf om eens iets geheel anders te doen of om af te wijken van de platgetreden paden.

In het voorjaar van 2008 ontvingen we bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe een zak geld om een virtuele studiezaal uit de grond te stampen. Dat leek bij uitstek een project om over te gaan bloggen: welke fouten maken wij? Wat gaat er juist goed? In de praktijk kwam er van bloggen helaas weinig. Tijdgebrek, onzekerheid over wat wel en wat niet te schrijven, noem maar op.

Iets later ontstond er, dankzij de activiteiten van Archief2.0 wel een hartstikke leuk ander idee dat wel prompt werd uitgevoerd. Het Streekachivariaat werkte aan de voorbereiding van de herdenking van 90 jaar einde Eerste Wereldoorlog. Tijdens de studiedag in Den Bosch bedachten we dat we op het web een kleine presentatie zouden kunnen maken van de archiefstukken die betrekking hadden op ‘onze’ vluchtelingenkampen, maar die afkomstig waren van verschillende archiefdiensten. We, dat waren Christian van der Ven van het Brabants Historisch Informatie Centrum, die de stukken uit het archief van het Vluchtoord Uden aanbood, en Joost Salverda van het Gelders Archief,waar allerhande prachtig Gelders Materiaal voorhanden is. Alles wat voor het project van toepassing was werd uitgeleend aan het Streekarchivariaat zodat we het konden digitaliseren. Vervolgens werden de scans online gezet met behulp van Picasa, de gratis fotoapplicatie van Google. Binnen enkele maanden hebben we zo met een piepklein budget maar een enorme hoeveelheid enthousiasme en heel wat uurtjes buiten de reguliere werktijden een prachtig project opgezet. Zoals Christian het destijds in zijn blog noemde: we waren de Calimero’s.

Het helpt natuurlijk wel als je je in een gezelschap van gelijkgestemden bevindt. Toen ik nog streekarchivaris was, had ik een klein maar superenthousiast team en kon ik redelijk ongestoord mijn gang gaan, toen had ik echter het nadeel dat van mijn mooie voornemens uit puur tijdgebrek bitter weinig terecht kwam. In Zeeland gaat dat gelukkig anders. Niet dat ik hier zwem in mijn vrije tijd, maar de groep mensen met wie ik het samen mag gaan doen is enorm veel groter, met navenant grotere armslag. Sinds we met de 23 Archiefdingen bezig zijn, borrelt en bruist er van alles in het Zeeuws Archief. Dat is leuk, inspirerend en spannend. Twintigtien wordt een mooi jaar :-)!

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 6 Comments »

Ding 21: Footnote. Het glazuur op de taart.

Wat mij betreft heeft alles in de cursus 23 Archiefdingen geleid naar iets als Footnote. Dit is een prachtig voorbeeld van wat web2.0 zou kunnen betekenen voor archiefdiensten. Zet documenten online en geef anderen de mogelijkheid om er iets mee te doen. Zelf metadata toevoegen, collecties samenstellen, beeldbewerkingen uit te voeren, noem maar op. En met iedere bewerking worden die documenten iets waardevoller en iets bruikbaarder voor de meest onverwachte doelgroepen. In één woord: geweldig! Daar doen we het toch allemaal voor? Geef mensen toegang tot je collectie en je ziet vanzelf wat ze ermee gaan doen. En hoe meer verschillende instellingen hun stukken online gaan zetten, hoe minder invloed je krijgt op de manier waarop de content gebruikt wordt en hoe verrassender de resultaten worden. Er zullen mensen zijn die daarvan de voordelen nog even niet in kunnen zien, maar dat terzijde.

Wat mij betreft gaan we in Nederland ook die kant op. De nieuw ontwikkelde Archiefbank, die komend jaar op Archieven.nl open gaat, biedt enorme kansen om iets als footnote te realiseren. Aan de applicatie zal nog het een en ander moeten gebeuren, maar als verzamelde archiefdiensten hebben we met Archieven.nl alvast één platform waar we zouden kunnen beginnen. Een optie is om daarbij aansluiting te zoeken bij Footnote om een Nederlandse pendant te organiseren. De software die je wil gebruiken, is er immers al. Als we zouden kunnen komen tot een combinatie van beide websites, is dat pure winst!

Geplaatst in Uncategorized. Tags: , . 7 Comments »

Ding 20: Locatie! Locatie! Locatie!

Huisje Boompje BeestjeGoogle Earth is onontbeerlijk geworden. Sinds een kleine maand zijn we officieel op zoek naar een ander huis en dan is het toch wel erg handig als je even kunt kijken hoe de omgeving er eigenlijk uitziet. Waar is het archief ten opzichte van dit adres? Waar is de dichtstbijzijnde drukke weg? En een winkel? En zo voort. Hoe diep is die tuin nu eigenlijk? Hoe zit het met de omringende bebouwing? Je hoeft er niet meer per se naartoe te fietsen om te weten of het nog de moeite waard is er naartoe te fietsen, zullen we maar zeggen ;-).

Hetzelfde geldt voor vakantiehuisjes. Wij zijn dol op hooggelegen locaties, een barre omgeving, ruige uitzichten en diepe afgronden. Hoe kom je erachter of een eventuele kandidaat aan die eisen voldoet? Je gebruikt Google Earth. Stel de hoogtefunctie in en je ziet direct hoe het ermee gesteld is. Ook dit voorkomt weer teleurstellingen ter plaatse.

Het mooie van Google Earth is daarnaast dat allerlei mensen er van alles en nog wat aan toevoegen. Links naar Wikipedia over beroemde gebouwen, plaatsnamen, etc. Maar ook foto’s van het landschap, genomen vanaf een bepaalde locatie of filmpjes die mensen op YouTube hebben geplaatst over het leven ter plaatse.

Een archiefdienst is bij uitstek geschikt om alle zegeningen van geo-applicaties in de praktijk te brengen. Elk stuk in de collectie is immers in principe plaatsgebonden en zou dus in theorie ge-georefereerd kunnen worden. De vraag daarbij is niet zozeer óf je het wilt doen, meer wíe het allemaal gaat doen en hóe je al die gegevens beheersbaar en raadpleegbaar maakt zodat je er ook nog iets aan hebt. Het is immers een geweldige extra ingang op je collectie. Er ontstaan dwarsverbanden die je anders misschien wel nooit had ontdekt, enkel en alleen doordat je de locatiegegevens als ingang voor je zoekopdracht neemt.

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 4 Comments »

Ding 19: Hoe net is mijn werk?

Over sociale netwerken op het web kan je natuurlijk enorme leuterverhalen ophangen. Deels heb ik dat al gedaan bij mijn ode aan twitter en voor een deel is dat verhaal ook van toepassing op de sociale netwerken waarvan ik deel uitmaak. Leuk om het contact met oude en nieuwe vrienden te herstellen of aan te halen. En direct net zo vrijblijvend als je zelf wilt doordat het contacten op afstand zijn.

Voordeel van de netwerksites is, zoals Lee Lefever het in zijn filmpje al zegt: de onzichtbare lijnen worden zichtbaar gemaakt. Waar je vroeger alleen op verjaardagen en borrels zag wie er wel en niet in een bepaald netwerk zaten, krijg je dat via zo’n site veel duidelijker in beeld. En iemands plek in dat netwerk wordt ook duidelijk. Je hoeft niet meer zoiets te vragen als: ‘wat ben jij, van het bruidspaar?’, je ziet direct met wie mensen op school gezeten hebben, dan wel dezelfde studentenvereniging hadden of ooit bij hetzelfde bedrijf werkten… En dat kan natuurlijk best handig zijn.

Ik heb nog geen vastomlijnd idee hoe een archiefdienst zich op een zinnige manier op zo’n netwerksite kan presenteren. Waar ik vooral huiverig voor ben is dubbel werk. Ik heb het idee dat je je het beste kunt richten op je eigen website, en die dan op zo’n manier inrichten dat je bezoekers er kunnen vinden waar zij naar zoeken. Ik realiseer me echter heel goed dat ik daarmee voorbij ga aan het feit dat veel van je bezoekers niet eens weten dat je site bestaat, en dat je dus naar ze toe moet om ze te bereiken.

Conclusie? Netwerksites moeten worden meegenomen in het beleid rond communicatie en webcare: welke thema’s spelen er her en der? Hoe kunnen of willen of moeten wij daarop inspelen? Maar welke netwerksites nemen we dan wel? Welke kunnen we misschien links laten liggen? Maar dan wil ik wel graag na een jaartje kijken wat we eraan gedaan hebben en of we kunnen meten wat het heeft opgeleverd…