De Historie van de vier Heemskinderen

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en een deel van de afloop van het verhaal. Mocht je het eerst zelf willen lezen en kan je hier een versie vinden van het verhaal zoals het online te lezen is of hier zoals het als pdf te downloaden is. Dit is echter niet de enigszins genormaliseerde en geannoteerde versie waarover ik schrijf.

Geïnspireerd door het lied van het Ros Beiaart kreeg ik een paar maanden geleden bij wijze van grapje het in de Deltareeks uitgegeven boek “De historie vanden vier Heemskinderen” cadeau. De Deltareeks is een serie met nieuwe edities van klassieke en oudere werken uit de Nederlandse literatuur die tot doel de belangrijkste werken uit de lage-landse-literatuur opnieuw te doen verschijnen in mooi verzorgde, gebonden uitgaven èn permanent verkrijgbaar te houden.

Waarin zat hem de grap? Welnu, het ging om de verwijzing naar de tekst van het lied over het Ros Beiaart:

’t Ros Beiaard doet zijn ronde
in de stad van Dendermonde.
Die van Aalst die zijn zo kwaad
omdat hier ’t Ros Beiaard gaat.

Het boek dat ik in handen had gekregen, is een heruitgave van de druk die in 1508 in Leiden door Jan Seversoen is gedrukt. De Deltareeks zelf schrijft erover: “… bevat de oudste volledig bewaarde Nederlandstalige versie van het Heemskinderen-verhaal. Door middel van moderne leestekens, een royale woordverklaring, een grote hoeveelheid cultuurhistorische aantekeningen en een nawoord waarin allerlei aspecten helder belicht worden, werd deze oude tekst door Irene Spijker toegankelijk gemaakt voor een breed publiek.”

Ik weet niet goed wat er door de uitgevers wordt verstaan onder een breed publiek. De de tekst is weliswaar voorzien van moderne interpunctie en de zinnen zijn her en der gecorrigeerd om corrupte passages te stroomlijnen. Toch blijft het een stuk middelnederlands proza dat niet snel door de gemiddelde literair geïnteresseerde verslonden zal worden.

Ik ben het gaan lezen, want ik wilde nu wel eens weten hoe het zat met het Ros Beiaart en die Van Aalsten waar het altijd over gaat. En omdat ik op dat moment blijkbaar geen wikipedia bij de hand had, deed ik maar eens een poging. Ik vond het een spannend verhaal. Een boek dat ik per se wilde uitlezen. En ik vermeed zorgvuldig alle wetenschappelijke en inhoudelijke uitleg die achterin het boek is opgenomen. Die gaat er namelijk vanuit dat je weet hoe het verhaal afloopt en dat wilde ik juist níet.

Het zou kunnen dat de tekst voor mij iets toegankelijker is dan voor de gemiddelde lezer omdat ik wat ervaring heb met middeleeuwse teksten en het hielp dat sommige moeilijke of verwarrende woorden onderaan de bladzijde worden vertaald of uitgelegd.

Om een indruk te geven, volgt hier een stuk van hoofdstuk xxv, waarin de dood van Beiaart wordt beschreven. Prachtig proza waarin de hechte band tussen het paard en de heemskinderen wordt beschreven. Voor het gemak heb ik bij enkele woorden tussen vierkante haken een vertaling geplaatst.

Als dat tractaet vander soenen [vrede] gesloten was tusschen coninc Karel ende Reinout met sijn broeders, quamen si vanden castele hant bi hant ende Beyert wert voer hen geleit tot voer den coninc ende deden een voetval voer den coninc seer oetmoedelic. Ende die coninck deedse opstaen ende ontfincse in gracien, daer menich edelman blide om was ende sonderlinge vrou Aye, hoer alre moeder. Dit gedaen wesende heeft Reynout Beyaert genomen ende heeftet den coninc ghegheven, seggende: ‘Heer coninc, doeter u gelieven mede.’

Als die coninc Beyert hadde, volquam hi sijn belofte, want hij dede hem twe molensteenen binden an den hals ende leiden op die brugge vander Oyse ende werpen in die riviere. Beyert sanck met die molenstenen so alst eerst in geworpen was, om die swaerheit vander steenen, mer terstont quamt boven ende began te swemmen. Mettien sach Reinout om ende sacht swemmen. Beyert versach Reinout ende doen verhieft sinen voet ende sloech soe crachtelick tegen de molenstenen dat si beide braken, ende swam te lande. Ende so drae alst te lande quam, liept na sinen here Reinout. Als Karel dat sach seide hi tot Reynout: ‘Reinout, geeft mi Beyert weder, of ic sal u doen vangen.’ Reinout dit horende van den coninc, gaf hy Beyert den coninc weder. Doe dede die coninck Beyaert binden an elcke voet een molensteen ende an den hals twe ende lietet so werpen in die riviere. Noch quam Beyert boven ende versach sinen meester ende brac die molenstenen ende liep tot sinen meester. Adelaert, dit siende, liep tot Beyert ende custet voer sinen muyl. Die coninc, die siende, verwonderdet seer die crachte van sulcken paert. Doe seide die coninc: ‘Reinout, ten si dat ghi my Beyert weder geeft, ic sal u doen vangen ende hanghen te Montefaucoen an die galghe.’ Doe seide Adelaert: ‘Vermaledijt moetstu zijn, Reynout, geefstu den coninc Beyert weder.’ Reinout seide weder: ‘Swijch broeder. Sal ic om een ors [paard] des conincs toerne [woede] hebben? Neen ic waerlic, broeder, also helpe mi God.’ Doe seide Adelaert: ‘O Beiaert, hoe valschen here hebdi gedient, met valschen loen wordi geloent.[je krijgt stank voor dank]’ Reinout heeft Beyert weder gevangen ende den coninc ghegeven, seggende: ‘Heer coninc, dat is die derde reise [keer] dat icken u gelevert heb ende ist dat u dit ors nu ontgaet, ic en vanges u niet weder want het gaet mijnre herten veel te na.’ Die coninc ontfinct ors ende seide: ‘Reinout, gi en moet niet omsien, want so lange als tors [het paard] u siet, so en soudet niet moghen verdrencken.’ Doe most Reinout voer de heren sweren dat hi niet omsien en soude na Beiert. Doe dede die coninc Beiaert an elcke voet binden twe groote molenstenen ende an den hals twee ende soe werpen in die riviere. Doe most dat ors te gronde sincken overmits die swaerheit der stenen. Een wijle dair na quamt weder boven ende stac thoeft om hoge, neyende [hinnikend] nae sinen here oft een mensche geweest hadde, de na sinen lieven vrient gescreit hadde. Als dit neyen Reynout hoerde ende niet om en dorste sien, ginc hem so na der herten dat hij in onmacht viel. Beyert neech sinen here metten hoefde, neyde seer na sinen here. Als Ridsaerd dit sach, hadde hi in sijn herte groot verdriet ende hem jammerdet seer, ende dye ander broeders hadden oeck groten rou mede om tors, dat si sinen here so getrouwe sagen. Ten lesten sanc dat ors in die gront ende verdranc.

Maar hoe zit het nu met die Van Aalsten? Het verhaal speelt zich in Frankrijk, Spanje en het Heilige Land af. Volgens de overlevering uit 1508 die ik net gelezen heb, ligt kasteel Montalbaen of Montauban in het zuiden van Frankrijk, en wordt Beiaart in de Oise (ten noorden van Parijs) verdronken. Aalst en Dendermonde komen er niet in voor. Verder zoekend naar gegevens over dit kasteel kwam ik echter ook in Belgisch Luxemburg uit, nota bene de streek waar ik deze blogpost schrijf. Irene Spijker noemt in haar boek allerlei voorbeelden van ‘buitentekstueel voortleven’ van de Heemskinderen, waaronder de vele voorbeelden van huisnamen, gevelstenen, standbeelden en andere kunstobjecten, zowel in de noordelijke als in de zuidelijke Nederlanden.

Het verhaal van de vier heemskinderen is een prachtig voorbeeld van hoe verhalen een eigen leven kunnen gaan leiden. Wil je een leuk voorbeeld van de Nederlandse overlevering, kijk dan eens naar de draai die Suske en Wiske eraan gegeven hebben in het Ros Bazhaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: