Ding 7: Foto’s bewerken op het web? Nu even niet.

http://schoolheikant.blogspot.nl/2012/05/amori-met-twee-rode-ogen.htmlAnders dan het weghalen van rode ogen, heb ik niet zoveel interesse in bewerking van foto’s. Ik laat dit Ding dus even aan mij voorbij gaan en besteed eerst tijd aan andere zaken. Misschien dat ik er later nog eens op terug kom!

 

Advertenties

Ding 6: Delen… en graag vermenigvuldigen!

Het Zeeuws Archief beheert naast archieven ook grote hoeveelheden beeldmateriaal. Oude prenten, tekeningen, kaarten, prentbriefkaarten, noem maar op. Die collectie is weliswaar bedoeld om gebruikt te worden maar lange tijd was het gebruikelijk om voor veel vormen van gebruik, in elk geval wanneer het om grote oplagen ging, of bij commerciele doelen, een gebruiksvergoeding te vragen.

NL-MdbZA_316_111-155.jpg

Arnemuidse vrouwen in klederdracht met manden en jukken met het veer op weg naar de markt te Middelburg bij het Arnemuids voetpad

Het was echter altijd een hoop gedoe. Hoe bepaal je wat gratis beschikbaar gesteld kan worden en waarvoor betaald dient te worden?

En hoe controleer je of iemand écht niet stiekem aan de haal gaat met het materiaal zonder eerlijk te zeggen wat hij van plan is?

De laatste jaren is de online beschikbaarstelling van reproducties van bronnen enorm toegenomen. Vraag en aanbond versterken elkaar; het verwachtingspatroon de gebruikers is de laatste twee, drie jaar enorm veranderd! In combinatie met de toegenomen mogelijkheden om het hele web te doorzoeken op beeldmateriaal, werd steeds duidelijker dat deze manier van werken haar langste tijd gehad had.

En aangezien de opbrengst niet opweegt tegen de tijd die besteed moet worden aan het afhandelen van reproductieverzoeken, laat staan dat er met die opbrengsten iets zinnigs gedaan zou kunnen worden op het gebied van behoud of beheer van het materiaal, heeft het Zeeuws Archief enkele jaren geleden het roer omgegooid en besloten voor de eigen collecties geen gebruiksrechten meer te vragen.

Wil men een reproductie, dan kan men deze tegen een vergoeding van de kosten kopen. Wil men die reproductie vervolgens ergens publiceren, dan is het natuurlijk wel de bedoeling dat er een bronvermelding wordt gedaan zodat ook anderen weten van de herkomst. Hoe meer, hoe liever!

Nu alleen nog een betere embedfunctie in Archieven.nl zodat ons beeldmateriaal bij hergebruik op andere websites, ons eigen domein niet meer hoeft te verlaten, en dan komt het helemaal hoed! 😉

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 2 Comments »

Ding 5: foto’s delen

Leuk om eens kennis te maken met Pinterest. Flickr kende ik al van de vorige keer, maar Pinterest bestond toen nog niet.

Van de toegevoegde waarde ben ik nog niet overtuigd. Plaatjes kijken is altijd leuk, maar daarvoor bestaan al de nodige websites. Het nadeel zoals in het blog van David van Zeggeren omschreven, namelijk dat je er voldoende aandacht aan moet geven om het te laten slagen, zie ik ook. Hoeveel kanalen kan je aan, zonder dat het aanbod dusdanig verwaterd is dat er weinig smaak over is?

Ding 4: Tagging

Met dank aan Ding 3, RSS ben ik het weblog van Rose Holley uit Australie gaan lezen. Deze Australische collega schrijft over allerlei dingen met betrekking tot het gebruik van social media die ons ook bezighouden. Haar toegankelijke stijl spreekt mij erg aan en al lezend ontdek ik allerlei dingen die me de afgelopen paar jaar zijn ontgaan. Wat gebeurt er veel in het wereldwijde archiefwezen! Heerlijk om te lezen, ook over dingen die dan misschien verkeerd worden aangepakt maar waar wij weer van kunnen leren.

De zoekopdracht ‘tagging’ op haar blog leverde een paar interessante posts op. Ik noem er twee:

Een lijst met allerlei activiteiten van de NARA in Washington, waarin met name de poging om bronnen te laten taggen scherp wordt bekritiseerd. Het komt op mij over als een poging van olkskool archivarissen om te profiteren van the wisdom of the crowd, echter zonder de materie te kunnen loslaten.

Een project van de All Souls Anglican Church in Londen waarbij de collectie podcasts van 3600 preken online toegankelijk gemaakt wordt. Het poject is dit voorjaar gestart, ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de vorderingen, maar kon daar in de gauwigheid even niets over vinden.

Ding 3: RSS en Webcare

Eerlijk gezegd was RSS een van de belangrijkste redenen om weer met de Dingen aan de slag te willen… Ik lijd in sterke mate aan een constante dilemma. Ik heb de wens alles te willen weten en bijhouden maar maak mijn leven zo druk en vol, dat ik niet in staat blijk mijn wens te vervullen.

Er zijn mensen die zullen denken: zie je wel, de moderne tijd met haar information overload… Ze moet gewoon al die apparaten de deur uit doen, dan gaat het vanzelf over!

Dat klopt echter niet. Ook toen wij nog op de krant aangewezen waren voor het nieuws, had ik hier last van. Stapels kranten moesten worden bewaard tot ze gelezen waren. De enige remedie tegen het eeuwig schuldgevoel (“ik moet nog zoveel bijlezen!”) leek het opzeggen van het abonnement. Kwam goed uit, we wilden op dat moment dubbel glas laten plaatsen en het geld dat we voor een nieuw jaar NRC opzij gelegd hadden, was ongeveer genoeg voor de woonkamer.

Hopeloos dus.

In 2009 ging ik in de herkansing. Eindelijk snappen wat RSS voor mij kon betekenen. Eindelijk grip op de informatie die dagelijks beschikbaar komt. Die mij kan verrijken, slimmer laten lijken…  Zoals te lezen is op dit blog, ben ik vol goede moed aan de slag gegaan. En ik heb het zowaar een tijdje volgehouden. Maar daar bleef het weer bij. Je kunt weliswaar heel gemakkelijk ongelezen feeds ‘gelezen’ maken (vergelijkbaar met de oude kranten bij het oud papier gooien). Maar daarvoor heb ik het toch niet? Ik wilde toch zo graag bij blijven?

Blijkbaar niet.

Dan maar niet verrijkt worden, of slimmer lijken. Ik heb gewoon het zitvlees niet om structureel kranten te lezen. Of structureel andermans blog te lezen. Het lukt me al niet eens om mijn eigen blog vaker dan een of heel misschien twee keer per jaar bij te werken!

Of zou feedly hierin toch nog verandering kunnen aanbrengen?

bron afbeelding: http://www.zazzle.nl/bah_humbug_de_zwarte_en_grijze_kaart_van_de_vaka-137396720795063836

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 5 Comments »

de 23 Dingen: revisited!

Het was hoog tijd om dit weblog nieuw leven in te blazen…

Geen mooiere gelegenheid om de boel eens af te stoffen dan een hernieuwde kennismaking met de 23 Dingen, waar ik me voor heb aangemeld. Dat ik weer meedoe met de cursus wekt nogal wat verbazing, her en der. “Jij bent al zó twee-punt-nul, waarom zou je??”

Ik vind dat twee-punt-nul eerlijk gezegd nogal mee- (oftewel tegen-)vallen. Dat ik actief ben op twitter wil niet zeggen dat ik zoveel van de rest weet, laat staan dat ik het veel gebruik. En laten we wel wezen, ik denk dat er behoorlijk wat is veranderd sinds ik in januari 2010 de cursus afrondde, er zijn allerlei interessante nieuwe dingen bij gekomen en er zijn nieuwe of veranderde inzichten (ook bij mijzelf).

Het web is een belangrijk medium voor het Zeeuws Archief en dus is het zaak bij te blijven!

bron afbeelding: http://www.csnunspeet.nl/c-990833/schoonmaken/

Geplaatst in Uncategorized. Tags: . 5 Comments »

De Historie van de vier Heemskinderen

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en een deel van de afloop van het verhaal. Mocht je het eerst zelf willen lezen en kan je hier een versie vinden van het verhaal zoals het online te lezen is of hier zoals het als pdf te downloaden is. Dit is echter niet de enigszins genormaliseerde en geannoteerde versie waarover ik schrijf.

Geïnspireerd door het lied van het Ros Beiaart kreeg ik een paar maanden geleden bij wijze van grapje het in de Deltareeks uitgegeven boek “De historie vanden vier Heemskinderen” cadeau. De Deltareeks is een serie met nieuwe edities van klassieke en oudere werken uit de Nederlandse literatuur die tot doel de belangrijkste werken uit de lage-landse-literatuur opnieuw te doen verschijnen in mooi verzorgde, gebonden uitgaven èn permanent verkrijgbaar te houden.

Waarin zat hem de grap? Welnu, het ging om de verwijzing naar de tekst van het lied over het Ros Beiaart:

’t Ros Beiaard doet zijn ronde
in de stad van Dendermonde.
Die van Aalst die zijn zo kwaad
omdat hier ’t Ros Beiaard gaat.

Het boek dat ik in handen had gekregen, is een heruitgave van de druk die in 1508 in Leiden door Jan Seversoen is gedrukt. De Deltareeks zelf schrijft erover: “… bevat de oudste volledig bewaarde Nederlandstalige versie van het Heemskinderen-verhaal. Door middel van moderne leestekens, een royale woordverklaring, een grote hoeveelheid cultuurhistorische aantekeningen en een nawoord waarin allerlei aspecten helder belicht worden, werd deze oude tekst door Irene Spijker toegankelijk gemaakt voor een breed publiek.”

Ik weet niet goed wat er door de uitgevers wordt verstaan onder een breed publiek. De de tekst is weliswaar voorzien van moderne interpunctie en de zinnen zijn her en der gecorrigeerd om corrupte passages te stroomlijnen. Toch blijft het een stuk middelnederlands proza dat niet snel door de gemiddelde literair geïnteresseerde verslonden zal worden.

Ik ben het gaan lezen, want ik wilde nu wel eens weten hoe het zat met het Ros Beiaart en die Van Aalsten waar het altijd over gaat. En omdat ik op dat moment blijkbaar geen wikipedia bij de hand had, deed ik maar eens een poging. Ik vond het een spannend verhaal. Een boek dat ik per se wilde uitlezen. En ik vermeed zorgvuldig alle wetenschappelijke en inhoudelijke uitleg die achterin het boek is opgenomen. Die gaat er namelijk vanuit dat je weet hoe het verhaal afloopt en dat wilde ik juist níet.

Het zou kunnen dat de tekst voor mij iets toegankelijker is dan voor de gemiddelde lezer omdat ik wat ervaring heb met middeleeuwse teksten en het hielp dat sommige moeilijke of verwarrende woorden onderaan de bladzijde worden vertaald of uitgelegd.

Om een indruk te geven, volgt hier een stuk van hoofdstuk xxv, waarin de dood van Beiaart wordt beschreven. Prachtig proza waarin de hechte band tussen het paard en de heemskinderen wordt beschreven. Voor het gemak heb ik bij enkele woorden tussen vierkante haken een vertaling geplaatst.

Als dat tractaet vander soenen [vrede] gesloten was tusschen coninc Karel ende Reinout met sijn broeders, quamen si vanden castele hant bi hant ende Beyert wert voer hen geleit tot voer den coninc ende deden een voetval voer den coninc seer oetmoedelic. Ende die coninck deedse opstaen ende ontfincse in gracien, daer menich edelman blide om was ende sonderlinge vrou Aye, hoer alre moeder. Dit gedaen wesende heeft Reynout Beyaert genomen ende heeftet den coninc ghegheven, seggende: ‘Heer coninc, doeter u gelieven mede.’

Als die coninc Beyert hadde, volquam hi sijn belofte, want hij dede hem twe molensteenen binden an den hals ende leiden op die brugge vander Oyse ende werpen in die riviere. Beyert sanck met die molenstenen so alst eerst in geworpen was, om die swaerheit vander steenen, mer terstont quamt boven ende began te swemmen. Mettien sach Reinout om ende sacht swemmen. Beyert versach Reinout ende doen verhieft sinen voet ende sloech soe crachtelick tegen de molenstenen dat si beide braken, ende swam te lande. Ende so drae alst te lande quam, liept na sinen here Reinout. Als Karel dat sach seide hi tot Reynout: ‘Reinout, geeft mi Beyert weder, of ic sal u doen vangen.’ Reinout dit horende van den coninc, gaf hy Beyert den coninc weder. Doe dede die coninck Beyaert binden an elcke voet een molensteen ende an den hals twe ende lietet so werpen in die riviere. Noch quam Beyert boven ende versach sinen meester ende brac die molenstenen ende liep tot sinen meester. Adelaert, dit siende, liep tot Beyert ende custet voer sinen muyl. Die coninc, die siende, verwonderdet seer die crachte van sulcken paert. Doe seide die coninc: ‘Reinout, ten si dat ghi my Beyert weder geeft, ic sal u doen vangen ende hanghen te Montefaucoen an die galghe.’ Doe seide Adelaert: ‘Vermaledijt moetstu zijn, Reynout, geefstu den coninc Beyert weder.’ Reinout seide weder: ‘Swijch broeder. Sal ic om een ors [paard] des conincs toerne [woede] hebben? Neen ic waerlic, broeder, also helpe mi God.’ Doe seide Adelaert: ‘O Beiaert, hoe valschen here hebdi gedient, met valschen loen wordi geloent.[je krijgt stank voor dank]’ Reinout heeft Beyert weder gevangen ende den coninc ghegeven, seggende: ‘Heer coninc, dat is die derde reise [keer] dat icken u gelevert heb ende ist dat u dit ors nu ontgaet, ic en vanges u niet weder want het gaet mijnre herten veel te na.’ Die coninc ontfinct ors ende seide: ‘Reinout, gi en moet niet omsien, want so lange als tors [het paard] u siet, so en soudet niet moghen verdrencken.’ Doe most Reinout voer de heren sweren dat hi niet omsien en soude na Beiert. Doe dede die coninc Beiaert an elcke voet binden twe groote molenstenen ende an den hals twee ende soe werpen in die riviere. Doe most dat ors te gronde sincken overmits die swaerheit der stenen. Een wijle dair na quamt weder boven ende stac thoeft om hoge, neyende [hinnikend] nae sinen here oft een mensche geweest hadde, de na sinen lieven vrient gescreit hadde. Als dit neyen Reynout hoerde ende niet om en dorste sien, ginc hem so na der herten dat hij in onmacht viel. Beyert neech sinen here metten hoefde, neyde seer na sinen here. Als Ridsaerd dit sach, hadde hi in sijn herte groot verdriet ende hem jammerdet seer, ende dye ander broeders hadden oeck groten rou mede om tors, dat si sinen here so getrouwe sagen. Ten lesten sanc dat ors in die gront ende verdranc.

Maar hoe zit het nu met die Van Aalsten? Het verhaal speelt zich in Frankrijk, Spanje en het Heilige Land af. Volgens de overlevering uit 1508 die ik net gelezen heb, ligt kasteel Montalbaen of Montauban in het zuiden van Frankrijk, en wordt Beiaart in de Oise (ten noorden van Parijs) verdronken. Aalst en Dendermonde komen er niet in voor. Verder zoekend naar gegevens over dit kasteel kwam ik echter ook in Belgisch Luxemburg uit, nota bene de streek waar ik deze blogpost schrijf. Irene Spijker noemt in haar boek allerlei voorbeelden van ‘buitentekstueel voortleven’ van de Heemskinderen, waaronder de vele voorbeelden van huisnamen, gevelstenen, standbeelden en andere kunstobjecten, zowel in de noordelijke als in de zuidelijke Nederlanden.

Het verhaal van de vier heemskinderen is een prachtig voorbeeld van hoe verhalen een eigen leven kunnen gaan leiden. Wil je een leuk voorbeeld van de Nederlandse overlevering, kijk dan eens naar de draai die Suske en Wiske eraan gegeven hebben in het Ros Bazhaar.