Ding 10: ervaringen en meningen op webfora

Webfora zijn weer zo’n veelgebruikt handigheidje van het web!

Voor een early adopter

Lego 9293 Community Workers

Zoals uit oudere posts van mij wel blijkt, lijk ik een beetje een gadget freak. Maar dat komt vooral doordat ik tot de groep early adopters hoor, mensen die vaak iets sneller dan anderen inspringen op nieuwe ontwikkelingen. Vaak in de hoop dat die nieuwe ontwikkeling, of dat nieuwe apparaat werken gemakkelijker maakt, meer leut oplevert, mooier is dan iets wat zijn nut al bewezen heeft. En juist daarin schuilt meteen de grote valkuil waar een early adopter vaak in valt. Nieuwe dingen werken niet altijd meteen zoals je zou willen. Of hebben dat zozeer gewenste nut nog niet écht bewezen. Of werken voor geen meter samen met de andere (inmiddels niet meer zó nieuwe) dingen die óók onontbeerlijk zijn geworden voor het dagelijks leven.

En dan kan je drie dingen doen:

1. het ding linea recta terugbrengen naar de winkel. Maar de rechtgeaarde early adopter zal dat niet doen, die is namelijk tegen de klippen op, overtuigd van het nut van het ding in kwestie.

2. de helpdesk bellen. Die is helaas vaak slecht bereikbaar, terwijl juist ‘savonds en in het weekend de leukste dingen worden uitgeprobeerd en dus ook grootste problemen optreden!

3. te rade gaan bij Google. En dan opent zich opnieuw de wondere wereld van het internet. Blijken er ineens hele volksstammen behept te zijn met dezelfde kronkel, tegen dezelfde problemen te zijn aangelopen als ik en vaak zelfs een oplossing gevonden te hebben. Dat die oplossing er vaak toe leidt dat je je moet begeven in het binnenste van je nieuwe ding, geeft de nodige hoofdbrekens. Maar heeft als prettige bijkomstigheid dat je leert hoe dat ding nu eigenlijk werkt. En is dus erg leerzaam!

De vragen en de antwoorden van medeworstelaars zijn te vinden op allerlei soorten fora, uiteraard afhankelijk van de aard van de vraag. Een handige site die ik een tijdje gebruikt heb, en waar ik ook redelijk actief was, is askanowner.com, tegenwoordig opgestoten in de vaart der volkeren en opererend onder de naam http://www.maxperience.com. Hier kan je vragen stellen over je wasmachine, fototoestel of wandelwagen. Eigenaren van dezelfde spullen, helpen je vervolgens op weg. Dit heeft me een keer een bezoekje van een Miele-monteur bespaard en enthousiast geworden, heb ik me toen geregistreerd als eigenaar van dat model en vervolgens kon ik weer anderen op weg helpen.

 

Voor een archiefdienst

In het archief hebben we ook te maken met fora, al zit ik dan als het ware aan de andere kant van de computer van al die gebruikers… En dat is interessant. Het geeft een idee van wat sommige archiefonderzoekers bezighoudt. Van de vastgelopen onderzoeksvragen waarmee geworsteld wordt, tot de manier waarop archiefdiensten proberen het de onderzoekers naar de zin te maken en daar al dan niet in slagen. Die laatste categorie loopt eigenlijk al heel lang, dateert in sommige gevallen al van voordat het web gemeengoed werd. Waar vroeger verhitte discussies gevoerd werden over de prijs van een fotokopie en of het wel terecht was dat een archiefdienst hiervoor geld in rekening bracht, wordt nu betoogd dat het een schande is dat archiefdiensten geld vragen voor het downloaden van scans van archiefstukken.

Wat me opvalt in die discussies, is de toon die sommige mensen menen te moeten aanslaan. Soms worden medewerkers van archiefdiensten zelfs bijna persoonlijk aangevallen. Dit past in het beeld dat bestaat van de manier waarop men ‘tegenwoordig’ op het web met elkaar communiceert. Het grappige is echter, dat er in dit opzicht eigenlijk niet zoveel veranderd is. Ook toen de discussie nog over de prijs van een fotokopie ging, was de  toon immers niet altijd even vriendelijk of vrolijk. Zou het nu echt een kwestie zijn van ‘de jeugd van tegenwoordig’,  die eigenlijk al eeuwen de schuld van alles krijgt, terwijl het eigenlijk nooit anders geweest is?

Sjef van Dongen, maar nu met beeld én geluid!

Op de Dag van het Zeeuws Archief die plaatsvond op 3 november 2012 is speciale aandacht besteed aan Sjef van Dongen.

Zeeuws Archief, Archief Sjef van Dongen, toegang 631.

Tijdens de rondleidingen door het depot maakten we uitstapjes naar het Spitsbergen van 1928.  Dat deden we aan de hand van stukken uit zijn persoonlijke archief. Lees op de site van het Zeeuws Archief alles over deze ‘kraanige Hollandsche jongen’ en de avonturen die hij beleefde bij zijn poging Umberto Nobile en diens bemanning te redden nadat hun luchtschip was neergestort op Spitsbergen. Uiteindelijk zijn Sjef en Gennaro Sora zelf van het poolijs gered door een tweetal vliegtuigjes die met het schip de Quest meegekomen waren. Bekijk hier de filmbeelden die hiervan zijn gemaakt (op ca 4 minuten komen beide helden, bruinverbrand door de poolzon, aan).

Een van de leuke stukken die in het archief werden aangetroffen, was een anonieme compositie. Zo’n stuk spreekt meteen tot de verbeelding, en het is dankzij het arrangement van Christian Blaha en de uitvoering door Zeeuws Kamerorkest Ty na 85 jaar mogelijk de muziek te beluisteren!  Klik hier voor de Sjef van Dongen Marsch!

Al Googelend kom je Sjef van Dongen overal en nergens tegen. Het zou leuk zijn om alle sites een keer bij elkaar te brengen, misschien doe ik dat nog wel eens.

 

Met dank aan @annorosa voor het bijelkaar sprokkelen van allerhande info.

.

Ding 8: Podcast

Ketelaarlezing 2013

De Ketelaarlezing was dit jaar wat mij betreft een groot succes.

De spreker van dit jaar was prof. dr. Beatrice de Graaf, Hoogleraar conflict en veiligheid in historisch perspectief op de Haagse Campus van de Universiteit Leiden.

Zij sprak over zin en onzin van geheimhouding in archieven. Het persbericht Nationaal Archief lichtte alvast een tipje van de sluier op:

Veiligheidsbeleid

Het belang van veiligheidsbeleid wordt met steeds meer urgentie, onvermijdelijkheid en onmiddellijkheid gepresenteerd. Dat gaat tegelijkertijd gepaard met steeds meer pogingen tot geheimhouding. Door historisch onderzoek te doen wordt het mogelijk om hier vraagtekens bij te plaatsen, besluitvormingsprocessen te ontrafelen en te laten zien hoe effectief veiligheidsbeleid daadwerkelijk is.

Minder geheimhouding

Waar zijn de Nederlandse autoriteiten en de bevolking bang voor? Welke ‘bommen en granaten’ belegeren het Koninkrijk in de afgelopen 200 jaar? Uit het archief zijn de veranderende opvattingen over veiligheidsdenken, dreiging en gevaar prachtig op te maken. In de Ketelaarlezing neemt Beatrice de Graaf deze handschoen op. Na een bespreking van het ‘explosieve’ materiaal in de collectie van het Nationaal Archief, maakt De Graaf duidelijk dat het hier vooral mythes betreft. Uiteindelijk wil zij dan ook een lans breken voor minder geheimhouding.

Het was een mooie lezing, vol met voorbeelden van de grote en kleine krenten die je in de pap vindt wanneer je met archiefstukken aan de slag gaat, en alleen al daarom de moeite waard om nog eens te beluisteren. Gelukkig hebben de collega’s van het Nationaal Archief de lezing opgenomen en online geplaatst, zodat deze als podcast beluisterd kan worden!

Eindelijk in zicht: digitaliseren op verzoek!

Writers block
Vol goede moed heb ik hier een tijdje geleden geroepen dat ik natuurlijk door zou gaan met bloggen, maar helaas…

Tot nu toe bleef de wens de vader van de gedachte en kwam er niets nieuws bij. Er lag behoorlijk veel werk en daardoor kwam er gewoon geen inspiratie.

Toen ik vandaag twitterde dat ik onderweg was naar de presentatie van een nieuwe Archiefbank bij Het Utrechts Archief, riep Luud de Brouwer me direct op erover te bloggen. Een prima idee. En waarom zou ik moeten gaan zitten wachten tot de inspiratie mijn kant op komt? Dat zal niet zo érg vaak zijn, dus kan ik maar beter over aardse zaken schrijven.

De archiefbank is een gezamenlijk project van Het Utrechts Archief, De Ree Archiefsystemen en AB-C media. Geïnspireerd door het gelijknamige project van het Stadsarchief Amsterdam, en binnenkort mogelijk beschikbaar voor alle gebruikers van Mais-Flexis.

Het gaat erom dat onderzoekers een aanvraag kunnen doen voor het digitaliseren van archiefstukken. Deze aanvraag wordt vervolgens door de archiefdienst getoetst aan een aantal criteria (materiële staat, openbaarheid, formaat, eventuele auteursrechten) aan de hand waarvan wordt bepaald of het verzoek kan worden ingewilligd. Vandaar dat men in Utrecht liever spreekt van scanning on request dan van scanning on demand. Na digitalisering worden de images via Archieven.NL op het web geplaatst en kan iedereen het materiaal downloaden. Hiervoor moet een klein bedrag betaald worden. Op die manier worden er inkomsten gegenereerd waarmee nieuw materiaal gedigitaliseerd kan worden. (Overigens kan de desbetreffende archiefdienst er ook voor kiezen geen vergoeding voor het downloaden te vragen.)

De archiefbank wordt gevuld door de gebruikers van de archieven. Archiefdienst en onderzoekers bepalen zo samen welke stukken prioriteit krijgen en als eerste online beschikbaar komen.

Het was een interessante ochtend. In korte presentaties werd uiteengezet hoe de archiefbank tot stand is gekomen, hoe het bestellen van digitale reproducties in zijn werk zal gaan, wat de consequenties voor Mais-Flexis zijn, hoe wordt omgegaan met het wel of niet betalen voor downloaden, de organisatorische consequenties van het ‘hebben’ van de archiefbank voor de archiefdienst, de juridische implicaties (WBP, Auteurswet) en de duurzame opslag van het materiaal.

Het waren deels parallelle sessies, dus ik heb niet alles meegemaakt maar het werd me wel héél duidelijk hoeveel er is geïnvesteerd in het tot stand brengen van deze applicatie en hoeveel er nog moet gebeuren voor het allemaal goed werkt. Er zitten zo ongelooflijk veel haken en ogen aan een ogenschijnlijk eenvoudig werkproces als digitaliseren op verzoek!

Wat me vandaag vooral trof was de sfeer van de bijeenkomst. De applicatie is nog niet helemaal klaar. Het werkproces is nog niet helemaal uitgetest. Nog niet alle beslissingen over gebruiksvoorwaarden en dergelijke zijn genomen. Allerlei details die op de totale schaal van zo’n groot project onbeduidend lijken, maar die in de praktijk tot enorme hoofdbrekens en schijnbaar oeverloze discussie kunnen leiden!

Frisse wind
Maar dat heeft de mensen in Utrecht er niet van weerhouden deze bijeenkomst toch te beleggen. Dat vond ik verfrissend en een teken dat er in Archiefland écht iets aan het veranderen is! Archivarissen hebben immers vaak de neiging hun werk pas wereldkundig te maken als elk detail is uitgewerkt. Maar daardoor ontzeggen ze zichzelf de onbevangen blik van de buitenstaander, die vaak net zoveel kennis en ervaring meebrengt als de interne medewerkers maar niet gehinderd worden door de eigen bedrijfsblindheid. Ik ben blij dat Het Utrechts Archief niet lijkt te lijden aan dit euvel. Nu moeten we nog even geduld hebben tot het allemaal ‘soort van’ af is zodat we allemaal kunnen gaan profiteren van al het denkwerk dat hier verricht is. Ik kan bijna niet wachten!

Historisch besef en sensatiemanagement

Toen ik geschiedenis studeerde heb ik voor het eerst kennis gemaakt met de zogenaamde historische sensatie; het gevoel dat je soms krijgt wanneer je in aanraking komt met oud materiaal. Alsof je ineens in contact staat met iemand die eeuwen geleden iets met datzelfde materiaal aan het doen was als waarmee jij nu in je handen staat.

Vreemd genoeg heeft het tot in de laatste jaren van mijn studie geduurd voor ik dat gevoel écht kreeg, althans, voor ik me realiseerde dat ik dat gevoel had. Sterker nog, ik kreeg het pas echt toen ik voor het eerst archiefonderzoek ging doen. Voor een werkcollege over de 15e en 16e eeuwse memorieboeken van de Leidse Gasthuizen bracht ik de nodige tijd door in de studiezaal van het toenmalige Gemeentearchief Leiden. In die memorieboeken waren de zogenaamde memories opgetekend. Je zou ze kunnen beschrijven als missen op bestelling. Ten behoeve van het eigen zieleheil, of dat van een dierbare, werden met geestelijke instellingen afspraken gemaakt over het periodiek opdragen van allerlei soorten heilige missen. Daarbij werd aangetekend in welke kerken en op welke altaren deze missen zouden moeten plaatsvinden, hoeveel priesters er aanwezig zouden moeten zijn, of er ook wijn moest worden uitgedeeld enzovoort.

Het was voor mij de eerste keer dat ik echt mocht werken met oude archiefstukken. Het waren perkamenten bladen, in een katern of band gebonden, met een perkamenten omslag. De mensen die een beetje van oud schrift afweten, zullen zich realiseren dat dit een prachtige ingang is voor een beginner. Hollandse teksten uit die periode zijn over het algemeen redelijk gemakkelijk leesbaar. Niet alle handen in ‘mijn’ bron waren even regelmatig, maar met de lessen paleografie die ik achter de rug had, ging het prima.

Nu ik erover zit te schrijven, krijg ik weer dat gevoel dat hoort bij mooi oud perkament. Zachte, soepele bladen, gevuld met regelmatige regels en geschreven in een tijd die al erg, érg lang achter me ligt. En dat is nu precies waar het me hier om gaat. Het is namelijk een raar gevoel. Een soort opwinding, alsof je een ontdekking gedaan hebt die je het liefst met de hele wereld zou willen delen. KIJK toch eens, wat ik hier heb! Een tekst over een vrouw die haar hele hebben en houden aan de kerk opdraagt en daarvoor als tegenprestatie de toezegging krijgt dat diezelfde kerk tot in de eeuwigheid elke zoveelste zondag na feestdag zus en zo een mis opdraagt voor het zieleheil van haar overleden man. Met de kennis van alles wat er de laatste vijfhonderd jaar gebeurd is (met de Reformatie voor dit specifieke geval als meest wrange gebeurtenis), en het inlevingsvermogen van iemand met een rijke fantasie, komt er dan ineens heel veel tot leven.

Ik moet altijd denken aan de vingers van E.T. en zijn vriendje Elliott, die elkaar vanuit twee verschillende werelden aanraakten. Maar waar komt dat gevoel vandaag? Of anders, waarom word ik er zo blij van? Ik heb werkelijk geen idee.

Wat ik me wel realiseer is dat het hebben van een historische sensatie pas mogelijk wordt, als je enig historisch besef hebt. Leef je alleen bij de dag van vandaag en die van morgen (een veel gehoorde kreet is: ik kijk liever vooruit dan achterom) en realiseer je je niet dat de dag van vandaag gevormd is door die van gisteren en vorige week, dan is de kans klein dat je door zoiets overvallen wordt. Er is ook wel enige kennis vereist om van een oud ding, een historisch stuk met een verhaal te maken.  Kijk maar naar dit zwaard. Het simpele, enigszins kinderlijke model suggereert niet dat het een echt zwaard is en al helemaal niet dat Johan van Oldenbarnevelt in 1619 ermee werd onthoofd. Wie was Van Oldenbarnevelt dan? En is het belangrijk om dat te weten?

Ik heb gemerkt dat het werken met oude archiefstukken mijn eigen relativeringsvermogen enorm heeft vergroot. Als je iets leert van oude stukken, is het wel dat er in de wereld eigenlijk heel erg weinig verandert. De mensen doen en laten nog steeds in grote lijnen wat ze duizend jaar geleden ook deden en lieten. OK, er is wel het een en ander veranderd, en ik heb het dus even niet over de technologische vooruitgang of de enorm toegenomen welvaart, het gaat om hoe mensen zich gedragen.

Daarom denk ik dat het belangrijk is dat we blijven werken aan het aankweken van historisch besef bij een zo groot mogelijk deel van de bevolking. Door educatieve programma’s, die niet alleen gericht zijn op jongeren, maar op iedereen. Ambitieus? Nee hoor, gewoon hard nodig! Er zouden meer mensen moeten leren om de waan van de dag te relativeren. Geweld op straat? Nabuurschap of burenruzies? De jeugd van tegenwoordig? Ik zou zeggen, leer oud schrift lezen en verbaas je over hoe de tijden niet veranderd zijn. En mocht dat teveel gedoe zijn, pak er eens een oude krant van honderd jaar geleden bij (die is gewoon gedrukt ;-))

Wel leuk om te ontdekken dat er meer mensen met dit thema bezig zijn geweest. De een wetenschappelijk, de ander meer populair. Twee aanraders zijn: