Ding 18: Samen in je bieb

Ik weet nog niet of Librarything echt iets voor mij is.

Ik geef het eerlijk toe, ik was natuurlijk al vroeg bezig met lijstjes maken. Toen ik nog op school zat hield ik een kaartsysteem bij waarmee ik bijhield welke boeken ik gelezen had, welke daarvan uit onze eigen kast kwamen, welke van de openbare bibliotheek kwamen. Van elk boek werden zoveel mogelijk gegevens genoteerd, inclusief isbn, aantal pagina’s en of er illustraties in zaten. Je zou dus zeggen dat ik bij uitstek tot de doelgroep van LibraryThing behoor…

Maar?

Waarom zou ik een lijst willen bijhouden van de boeken die ik al heb, nog niet heb, niet meer heb, gelezen heb of nog zou moeten lezen? Ik vind lezen leuk hoor. Maar eerlijk gezegd, ben ik al sinds mijn studie meer een functionele lezer dan een hartstochtelijk lezer, zoals Wim de Bie in zijn filmpje zegt te zijn.

Toen ik geschiedenis ging studeren, is het lezen om te lezen nogal in het slop geraakt, met het Tweede Deel van mijn examen Archivistiek-A als de ultieme doodsteek. Het uit mijn hoofd leren van de hele geschiedenis van Nederland, de geschiedenis van de Nederlandse rechtsinstellingen en van Kerkelijk Nederland (inclusief stamboom van een groot deel van de kerkgenootschappen), om die kennis vervolgens in een mondeling examen te reproduceren, bleek voor lange tijd voldoende leesvoer te zijn geweest. Ik richtte me daarna op alles behalve lezen. Jammer, want daardoor heb ik o.a. door veel televisiekijken een hoop tijd verspild aan de opkomst van de tv-reclame in Nederland, die met het toenemend aantal commerciële zenders in enorme hoeveelheden over ons werd uitgestort.

Inmiddels ben ik zover van het pad afgedwaald dat ik in mijn vrije tijd gewoon andere dingen aan het doen ben dan lezen. Televisiekijken doe ik gelukkig bijna niet meer. Op een gegeven moment heb je alle reclame wel gezien en kan er echt niets meer bij. Maar er zijn blijkbaar zoveel andere dingen die ik graag wil doen, dat lezen beperkt blijft tot vakanties of ziekbed.

De opdracht van Ding 18 was: voer minstens tien titels in een verzameling van Librarything. Ik heb vervolgens alle titels van Terry Pratchett (mijn favoriete schrijver van dit moment) die we bezitten erin gezet. Even begon het vuurtje van vroeger weer te smeulen. Zal ik…? Het lijkt verleidelijk. De hele boekenkast erin! Maar wanneer zal ik dat dan gaan doen? Als ik eindelijk klaar ben met het rippen en metadateren van alle cd’s? En wat schiet ik er dan mee op? Ik lees zo weinig dat ik goed weet wat ik in de kast heb staan. Dus áls ik eens in een boekwinkel sta, is kiezen geen probleem.

Neemt niet weg dat ik het grappig vond om in allerlei talen de recensies van anderen te lezen. En misschien, ja misschien krijg ik nog eens de geest en betaal ik die $25 om voor de rest van mijn lezen alle boeken die ik belangrijk vind erin te zetten. Is per slot van rekening ook handig voor de brandverzekering ;-).

Advertenties

Ding 1: Mijn eerste kennismaking met informatietechnologie

Ding 1 begint met twee filmpjes. De ene gaat over web2.0: The Machine is Us/ing Us en de andere gaat over veranderingen in de manier waarop we tegenwoordig informatie creëren, delen, selecteren en opslaan: Information R/evolution

Een ware stortvloed van tekst, beeld en geluid.

Het leuke (vind ik nu nog 😉 ) van 23 archiefdingen, is dat je tijdens de doorlopen van de cursus over je ervaringen moet bloggen. Dat dwingt je tot creativiteit want, waarover dan?? Het werden mijn eerste schreden op het digitale zandpad van de jaren negentig van de twintigste eeuw…

Ik heb in de jaren negentig in Leiden geschiedenis gestudeerd. Dat betekende wekelijks een tochtje naar de bibliotheek voor vers leesvoer.

Ik kwam aan in 1991. Toen was de UB in Leiden net overgestapt op de Online Publieks Catalogus, kortweg de OPC. Bijna alles wat ik nodig had, was erin te vinden, alleen titels van voor een bepaalde datum (ergens in de jaren zestig? Ik weet het niet meer!) moesten worden opgezocht in de zogenaamde ‘Leidse Boekjes’, kleine klappertjes waarin bij ons in het archief tegenwoordig alleen nog de persoonskaarten zitten.

In de OPC heb ik voor het eerst kennisgemaakt met digitaal zoeken naar informatie. Je kon kiezen voor een aantal zoekingangen: (woorden uit de) titel, auteur, trefwoord, jaar van uitgave, reeks, isbn/issn, …?

Ik was meteen verkocht. Van huis uit had ik wel leren werken met kaartenbakken (met een bibliothecaris als moeder: onvermijdelijk) en dit was echt aanmerkelijk sneller, leuker en inspirerender. Ik had het toen eigenlijk al kunnen weten. Als je een warm gevoel krijgt bij het ontdekken en gebruiken van een zoeksysteem, kan dat maar één ding betekenen…

Titel gevonden? Dan , lenernummer, naam, titel en catalogusnummer op een aanvraagbriefje invullen, in een bakje op de balie leggen en hopen dat het gevraagde werk een uur later voor je klaar lag.

Daar bleef het echter niet bij. De technologie haalde ons ook toen immers al links en rechts in. Ik weet niet precies meer wanneer het was, maar op een gegeven moment hoefde je geen briefje meer in te vullen.

Nee!

Je mocht je lenernummer RECHTSTREEKS in de computer tiepen. Dan duurde het nog steeds een klein uur voor je boek klaar lag, maar het was al een hele vooruitgang!

Tegen de tijd dat ik ging afstuderen, (we hebben het dan over begin 1996) had de eerste internetverbinding haar intrede in ons huishouden gedaan en kon ik zelfs van huis uit boeken aanvragen en (niet onbelangrijk voor de luie mensch:) verlengen!

Op dat moment hadden we op een ander vlak al een beetje aan de nieuwe tijd kunnen snuffelen. Ik had intussen een jaar aan de Universiteit Gent doorgebracht. Ik zat er ‘op kot’ in een enorme studentenflat aan het Stalhof; Home Vermeylen. Als je naar de foto’s kijkt, lijkt er helemaal niets veranderd te zijn in vijftien jaar!

In de hal van de home werden in dat jaar terminals geplaatst vanwaar ik via een telnetsessie kon inloggen op De Digitale Stad Amsterdam (DDS), zodat mijn lief en ik konden chatten. Echt revolutionair en ik vond er helemaal niets aan. De verbinding was supertraag, viel voortdurend uit en ik vond een telefoongesprek vele malen leuker dan een zwart scherm met groene of witte lettertjes. Maar ja, het was wel gratis en dat was bellen natuurlijk niet!

Tijdens een van de colleges Paleografie mochten we op het kantoor van Thérèse de Hemptinne een keer een kijkje nemen op de website van de bibliotheek van het Vaticaan, waar ze net begonnen waren met het digitaliseren van hun collecties. Ook hier speelde de trage verbinding ons parten, zeker omdat het nu ook nog eens om enorme bestanden ging die door het smalle lijntje geduwd moesten worden. Ook toonde ze het ADMYTE project in Spanje, waar geëxperimenteerd werd met de ocr van allerlei middeleeuwse bronnen. Ik was diep onder de indruk. Vreemd genoeg had ik er toen nog geen idee van dat ik ooit archivaris zou worden!