Ding 21: Footnote. Het glazuur op de taart.

Wat mij betreft heeft alles in de cursus 23 Archiefdingen geleid naar iets als Footnote. Dit is een prachtig voorbeeld van wat web2.0 zou kunnen betekenen voor archiefdiensten. Zet documenten online en geef anderen de mogelijkheid om er iets mee te doen. Zelf metadata toevoegen, collecties samenstellen, beeldbewerkingen uit te voeren, noem maar op. En met iedere bewerking worden die documenten iets waardevoller en iets bruikbaarder voor de meest onverwachte doelgroepen. In één woord: geweldig! Daar doen we het toch allemaal voor? Geef mensen toegang tot je collectie en je ziet vanzelf wat ze ermee gaan doen. En hoe meer verschillende instellingen hun stukken online gaan zetten, hoe minder invloed je krijgt op de manier waarop de content gebruikt wordt en hoe verrassender de resultaten worden. Er zullen mensen zijn die daarvan de voordelen nog even niet in kunnen zien, maar dat terzijde.

Wat mij betreft gaan we in Nederland ook die kant op. De nieuw ontwikkelde Archiefbank, die komend jaar op Archieven.nl open gaat, biedt enorme kansen om iets als footnote te realiseren. Aan de applicatie zal nog het een en ander moeten gebeuren, maar als verzamelde archiefdiensten hebben we met Archieven.nl alvast één platform waar we zouden kunnen beginnen. Een optie is om daarbij aansluiting te zoeken bij Footnote om een Nederlandse pendant te organiseren. De software die je wil gebruiken, is er immers al. Als we zouden kunnen komen tot een combinatie van beide websites, is dat pure winst!

Geplaatst in Uncategorized. Tags: , . 7 Comments »

Ding 14: chat!

Weer terug naar m’n Veluwse tijd… Omdat we daar met Gmail werkten, werkten we eigenlijk automatisch ook met chat. Als je in gmail online bent, kan je, als je dat tenminste wil, bekenden uitnodigen om te chatten.
En dan kan je van elkaar zien wanneer je online bent, en heel eenvoudig een chat starten. Erg handig voor het werk, we zaten daar immers verspreid over vijf vestigingen en chatten is dan echt handiger dan steeds even de telefoon pakken. Je gesprekspartner hoeft namelijk niet constant aan de pc te zitten. Het venstertje blijft gewoon open staan waardoor je alleen maar af en toe hoeft te kijken of er een reactie wordt gevraagd. Daarmee is chat, net als twitter waarover ik eerder schreef, een manier om je directe omgeving uit te breiden.

Nu ik in Zeeland werk, is gmail een beetje naar de achtergrond geschoven en gebruik ik die andere ‘irl’ chat veel meer. Ik heb nu immers iedereen onder handbereik. Ik heb wel eens gedacht, (maar het nog nooit geprobeerd) dat als ik mijn stem erg verhef, m’n hele afdeling me zou moeten kunnen horen. We zitten allemaal aan een lange gang, dus dat zou moeten lukken. 😉 Na al die jaren pendelen, voelt dat nog steeds als een grote luxe.

En chat voor het archief? Ja, zou prachtig zijn. Ik heb er inmiddels zelf al een erg goede ‘klantervaring’ opgedaan. Ik heb vorige week een nieuwe laptop gekocht en er was iets dat ik niet snapte. Even gezocht naar een oplossing en toen zag ik dat er een chatfunctie met de klantenservice bestond. Ik meldde me aan en kreeg direct contact. Tien minuten later was mijn probleem opgelost. Na afloop werd er nog een afschrift van het gesprek naar mijn mailbox gestuurd. Resultaat: een supertevreden klant die dat vervolgens uitgebreid via twitter besprak en het bedrijf in kwestie een goede ‘pers’ bezorgde.

Ik zag dat het Nationaal Archief en het BHIC al aan het experimenteren zijn met chat! Mooie initiatieven die helemaal passen in de 2.0mentaliteit van spelen en leren. Zoals te verwachten was, was de eerste evaluatie positief. Laagdrempelig en snel beschikbaar, dat zijn precies de eigenschappen die je als publieksinstelling graag wilt uitstralen.
Een nadeel vond ik, dat ik alleen kon vinden dat de chatfunctie een aantal dagdelen beschikbaar is, maar nergens kon vinden welke dagdelen dat dan waren. De chatbox van het BHIC is op elke pagina beschikbaar en dat vond ik erg goed, je weet direct dat je kunt chatten en of de box op dat moment bemenst is.

Het kan natuurlijk heel goed dat ik niet goed gekeken heb en de ‘openingstijden’ toch in koeieletters op beide websites vermeld zijn…

Ding 9: Reflectie

Van 1.0 naar 2.0?
Het is opvallend hoe de term 2.0 is doorgedrongen in het spraakgebruik, en dan vooral als het tegenovergestelde van 1.0. Je hoort wel eens de uitspraak “... maar die is zó 1.0!” waarmee dan bedoeld wordt dat het lijdend voorwerp van de discussie alleen in z’n eigen wereldje leeft, geen oog heeft voor wat er bij de mensen in z’n omgeving speelt en in elk geval niet met z’n tijd is meegegaan. Uiteraard zijn de mensen die dit zeggen al helemaal 2.0, waaronder we dan verstaan dat zij middenin de wereld staan, ontvankelijk zijn voor alles wat er om hen heen speelt (en eigenlijk heel hip natuurlijk).

De termen 1.0 en 2.0 zijn dus geëvoleerd van versienummers van een bepaald product of verschijnsel, naar wat in feite elkaars tegenpolen zijn. Dat is niet alleen grappig om te zien gebeuren, maar het toont direct de kern van de ontwikkeling van Web1.0 naar 2.0. Van éénrichtingsverkeer naar gelijkwaardig ‘content management’.

Wel of niet?
Omdat voor ons ‘content management’  nu eenmaal een van onze kerntaken is, kunnen we deze ontwikkeling in het archiefwezen niet negeren. Voor mij persoonlijk is dat niet zo moeilijk. Ik ben altijd snel gewonnen voor nieuwe dingen en leuke gadgets, dus geef mij een gekke nieuwe applicatie en ik ben om. Of dat voor iedereen echter even gemakkelijk is, is nog maar de vraag. Daarom ben ik ook zo blij met de 23 Archiefdingencursus. Ik begin van een heleboel dingen te ontdekken waar de klepel hangt en probeer ze in het dagelijks leven toe te passen, hartstikke interessant. Maar als ik zie hoeveel tijd ik er al in moet steken om het een beetje goed te doen, heb ik grote bewondering voor de collega’s die minder affiniteit met digitale toepassingen hebben, en zich er toch doorheen slaan. De meeste mensen zijn redelijk tot zeer enthousiast. Als je ze echter vraagt om nieuw geleerde toepassingen in het dagelijkse werk in te zetten, blijkt er toch nog veel koudwatervrees te bestaan. En dan blijkt 1.0 als state of mind niet voor niets zo hardnekkig te zijn. Het is namelijk veilig en bekend. Om je op internet actief en communicatief op te stellen, moet je niet alleen bereid zijn je open te stellen voor allerlei nieuwe ontwikkelingen. Belangrijker is dat je je kwetsbaar durft op te stellen. Dat je anderen durft te laten meekijken in je eigen veilige domein: Dit is waar ik mee bezig ben. Ik heb daarvoor deze methode gekozen en daarbij die en die (en ja, ook die) fouten gemaakt. Deze aanpak heeft een dubbel rendement. Je krijgt uit onverwachte hoek adviezen en aanmoediging om vooral door te gaan. Je stelt vak(- of lot!)genoten op de hoogte van je voortgang en je geeft hen de kans te leren van jouw successen en fouten.

Bloggen dus!
Ik zou het dus erg goed vinden als we ook ná de cursus doorgaan met bloggen. Het hoeven echt geen doorwrochte epistels te zijn, liever niet zelfs. Zet gewoon eens in 200 woorden op een rijtje waar je mee bezig bent, welke valkuilen je ziet of denkt te zien en welke kant je op zou willen. Het is in het begin wennen, en het gaat de ene keer beter dan de andere keer. Voor mezelf geldt dit net zo goed als voor ieder ander. Ik weet echter zeker dat het onverwachte resultaten kan opleveren en dat we er zeker niet slechter van zullen worden!

Niet voor niets is het credo van Archief2.0: Deel en Heers!